Een uur reggae vol irie vibes.In de reeks over producers deze keer deel 1: Sonia Pottinger

Sonia Pottinger werd in 1931 geboren als Sonia Durrant. Met haar echtgenoot, registeraccountant Lindon Pottinger, begon ze een fietswinkel en een winkeltje waarin ze haar zelfgemaakte patties verkocht.
Lindon begon in ’61 een opnamestudio waarin, bijvoorbeeld, the Maytals en Derrick Harriott opgenomen werden. Het was de eerste opnamestudio die door een zwart persoon gedreven werd. In 1964 deed hij de spullen over aan Duke Reid…
Sonia besloot voor zichzelf te beginnen en opende de platenwinkel Tip Top Record Shop in Kingston. Aanvankelijk hield ze zich, als overtuigd christen, bezig met gospelmuziek. Vanaf 1965 verschenen er opnamen op haar label, Gay Feet, van onder andere Fugitives, net als de Skatalites destijds, een veelgevraagde begeleidingsband.
Overigens was het in de door mannen gedomineerde wereld van de studio’s in Jamaica bijzonder welk een belangrijke rol Sonia Potinger als vrouw speelde. Ook de wereld van de zangers en musici werd gedomineerd door mannen. Een van de uitzonderingen was Phyllis Dillon.
Een andere vrouw, die groot werd op een van de labels van Pottinger is Sonya Spence. Van haar verscheen in 1978, op High Note, het album In The Dark, geproduceerd door Pottinger. Daarvan twee tracks: Peace & Unity en When. In de begeleidingsband hoort u onder meer drummer Noel Dunbar, beter bekend als Sly Dunbar.
Tot 1985 speelde Sonia Pottinger een belangrijke rol als labelbaas en producer van reggae muziek. De veranderende muziekwereld, en dan vooral de opkomst van de muziekpiraterij, heeft haar doen besluiten de muziekwereld vaarwel te zeggen. Ze houdt zich van dan af bezig met het maken en verkopen van aardewerk, en het geven van cursussen in bloemschikken en bakken. Inmiddels werden haar High Note releases opnieuw uitgebracht door de Britse producer Adrian Sherwood.
Ze overlijdt 3 november 2010.
Over Sherwood gaat de volgende Irie Riddims!
Een interview uit 1995: Steve Barrow stelt vragen en Don Letts ‘keeps the subject in focus’.
- The Fugitives. Won’t You Come Home Girl. (Put On Your Best Dress, Sonia Pottinger’s Ska & Rock Steady, 1966)
- The Fugitives. Move Up (Festival 1967). (Put On Your Best Dress, Sonia Pottinger’s Ska & Rock Steady, 1966)
- The Fugitives. Go Back Home. (Put On Your Best Dress, Sonia Pottinger’s Ska & Rock Steady, 1966)
- The Maytals. It’s You. (Monkey Man, 1969)
- Toots & the Maytals. I’ll Never Grow Old. (Never Grow Old, 1962)
- Toots & the Maytals. Never Grow Old. (True Love, 1964)
- Bob Andy. Stepping Free. (Lots of Love and I, 1977)
- Bob Andy. Ghetto Stays in the Mind. (Lots of Love and I, 1977)
- U-Roy. Merry Go Round. (Version Of Wisdom, 1976)
- Justin Hinds & the Dominoes. Oh What a Feeling (aka Whole Lot of Feeling). (From Jamaica with Reggae, 1975)
- Phyllis Dillon & Hopeton Lewis. On The Right Track (recorded At Treasure Isle). (Midnight Confessions, 1969)
- Sonya Spence. Peace & Unity. (In the Dark, 1978)
- Sonya Spence. When. (In the Dark, 1978)
- Culture. Down in Jamaica. (Cumbolo, 1979)
- Culture. This Train. (Cumbolo, 1979)
- Culture. Love Shine Bright. (Harder Than The Rest, 1978)















Alton Ellis nam als puber deel aan danswedstrijden. Nadat hij verschillende keren was uitgeroepen tot winnaar besloot hij over te schakelen op zingen en in 1959 had hij zijn eerste hit. Halverwege de jaren ‘60 speelde hij een belangrijke rol bij het ontstaan van rocksteady: een van de voorlopers van reggae die omstreeks 1966 ontstond, onder andere door het verschijnen van een single van Alton Ellis & The Flames. Hij wordt daardoor ook de ‘Godfather of Rocksteady’ genoemd.