| <- terug naar voorpagina |
toelichting, expositie in Pulchri Studio, den Haag |
'WAT HEEFT DAT MENS TOCH MET SLANGEN!' Inderdaad komen ze nogal eens in mijn werk voor en zijn ze voor de meeste mensen geen alledaags fenomeen. Wij daarentegen kwamen ze op de sawah's geregeld tegen op Java en mijn vader drukte ons op het hart altijd een zakmes mee te nemen op onze tochten; mocht je onverhoeds gebeten worden, dan moest je meteen een kruis in de wond snijden en het gif eruit zuigen. Zo is de slang voor mij het symbool geworden van dreiging. Er komen trouwens in mijn werk veel symbolen voor. Pas veel later in mijn leven besefte ik hoe twee culturen in mij verankerd lagen en steeds duidelijker in mijn werk tevoorschijn kwamen. Ik herinner me, op mijn studietijd aan de Haagse Kunstacademie terugkijkend, dat ik moeite had met de kleur op mijn geschilderd model. De mooie grijzen van de Hollandse klasgenoten waren voor mij onbereikbaar! Het klassieke onderwijs, gebaseerd op de realistische bouw van het lichaam en de ruimte eromheen, strookte niet met de oosterse drang tot versieren en de fellere kleuren. Mijn jeugd tussen de vulkanen was vol indrukken van maskers en wajangpoppen, kleurige Chinese kalenders aan de muur, oosterse optochten en versierde stieren. Ik schreef en tekende vervolgkrantjes voor mijn broertjes en zusjes en op 15-jarige leeftijd schreef ik een boek, getiteld 'Het Indische nichtje', na een jaar verlof met z'n allen in het vreemde Holland. Helaas is het nooit uitgegeven omdat de oorlog met Japan ertussen kwam. Op mijn twintigste heb ik serieus overwogen: schrijfster worden of schilderen! Ik koos voor het laatste. Het verhalende kwam weer tevoorschijn in mijn wandtapijten met bijbelse thema's en in mijn serie 'Jappenkamp '42-'45' die ik in 1984 maakte met een terugblik na 40 jaar, in de aggressieve spuitbustechniek. In het versieren kon ik me uitleven in de glas-in-lood techniek met het opschilderen van de felgekleurde stukjes glas. Op kunstmarkten sneltekende ik portretten en vele koppen heb ik geschilderd in opdracht en ook die kregen een verhalend karakter. Na een korte voorschets schilder ik een portret, grotendeels uit het hoofd, met een verhaal van die mens in kleur en compositie, naar wat ik zie, voel en beluister. Mijn werk gaat over mensen. Over vreugde en verdriet, afscheid en heimwee, oorlog en onrecht. Intussen is mijn verblijf in Nederland waar ik nu al veel langer woon dan ik ooit gewoond heb op Java, ook van grote invloed gebleken op mijn werk. Voor mijn gevoel is er nu een stijl ontstaan waarbij twee stromen uiteindelijk bij elkaar zijn gekomen om als een bruisende bandjir verder te gaan. |