|
terug
naar inhoudslijst
Queridos amigos y queridas
amigas
Estoy cansado
Terwijl ik dit schrijf komt er een eind aan de eerste week in Quito, dat
op een hoogte van 2600 meter in een dal vande andes ligt. Dit laatste
was wel te merken aangezien ik eerste twee dagen geheel met slapen heb
gevuld. Daarvoor had ik meer dan 11.5 uur in het vliegtuig gezeten, dat
vijf minuten voordat de wielen de grond raken nog op maximale hoogte vliegt.
Vervolgens duikt het naar beneden om midden in de stad te landen.
Muerte al capitalismo
In Quito is geen orde te ontdekken, maar het stadsdeel waar ik woon wordt
door de Ecuatorianen "Gringolandia" genoemd. Een gedeelte waar
veel Amerikanen wonen, die de slechte naam van hun land willen zuiveren.
Op de zesde verdieping van een flatgebouw bevindt zich mijn kamer. De
flat deel ik met mijn gastvrouw, mi madre ecuatoriana; een gescheiden
kunstenares. Haar ex-man is een bekend historicus in Latijns-Amerika,
die een bibliotheek heeft volgekregen met boeken tegen het imperialisme
van Amerika. Hun dochter was ook actief in een anti-Amerika beweging en
was vooral bezig met het maken van posters. "No compro USA",
"Muerte al capitalismo". En om het maar gelijk te verraden:
ze is nu getrouwd met een Amerikaan. De flat hangt vol schilderijen en
er wordt continu naar mijn mening gevraagd ("Me encanta el cuadro").
Ze is / was bevriend met de schrijvers Garcia de Marquezen Llosa en de
schilder Guayasamin (1919- 1999). Uit schaamte dat ik de laatste niet
kende, heb ik zijn museum bezocht. Door het slechte weer en een gebrek
aan toeristen op dit tijdstip was ik daar bijna alleen en kreeg van drie
Ecuatoriaanse een rondleiding. De helft van het Spaans begrijpend, bleef
ik glimlachen (sonréir). Dit laatste is waar ik me de eerste drie weken
mee bezighoud. HetSpaans leren dan.
Haymucho trafico!
s´Ochtends word ik wakker met het uitzicht op de begroeideflanken vanhet
Andesgebergte. Na het ontbijt volgt een wandeling van 30 minuten dwars
door de stad naar despaanse les. Met grote uitzondering wordt het verkeer
verrast door een stoplicht, maar voor de rest geldt de regel: "Wie
het eerst op zijn rem trapt, komt nooit op zijn werk". Niks is logisch;
huizen en gebouwen staan op willekeurige plaatsten, in de zich tot de
horizon uitstrekkendesloppenwijkenkan opeens een zwaarbeveiligde villa
opduiken, het weer kan in tien minuten omslaan en hoewel alle muren worden
opgesierd met anti-Amerika leuzen, draagt iedereen die maar een beetje
zonder geld zit merkkleding. Het aantal maal dat ik verdwaald ben, is
ondenkbaar als je weet hoeveel dagen ik hier verblijf. Zelfs de taxichauffeur
weet de weg niet, maar daar maak ik alleen nog bij heel slecht weer gebruik
van.
La mama negra
In het weekend heb ik "vrij", dus zaterdag een bus genomen,
dwars door het gebergte naar het 60 km ten zuiden van Quito gelegen stadje
Latacunga. Iedereen met een bus kan zijn eigen maatschappij beginnen,
dus de concurentie is groot. Nergens is een bushalte of beter gezegd:
de gehele weg is een halte. Hoe sneller een chauffeur kan rijden, des
te meer dollarcents er gevraagd worden. De rit is alleen in het Spaans
te beschrijven: "El paseo del diablo". Met maximale snelheid
wordt langs afgronden, andere voertuigen en mensen gereden. In Latacunga
wordt ieder jaar rond 11 november het feest "La mama negra"
gehouden. Het is een traditie met een onbekende herkomst. De straten zijn
geheel gevuld en iedereen moet drank kopen om vevolgens aan al je omstanders
uit te delen. Vervolgens trekt er ook nog een stoet met voornamelijk verkleden
mannen voorbij. Om niet geheel dronken het plaatje te verlaten besloot
ik met mijn metgezel, een Amerikaanse die voor Greenpeace werkt en haar
geld verdient met yogalessen, het feest op zijn hoogtepunt te verlaten.
Ons door de massa bewegend, verloor ik haar uit het oog. Op hetzelfde
moment riep de zanger: "Los gringos no entienden". (de gringos
begrijpen het toch niet) en werd ik door vier vrouwen van alle kanten
vastgepakt. Na een kort moment van verbijstering, begreep ik dat ik beroofd
werd. Één wilde m´n portemonee onder mijn shirt vandaan trekken. Ik gaf
haar een klap en wurmde me zo snel mogelijk uit de massa. Uiteraard waren
al m´n broekzakken ! leeg. De buit: een map van Quito en een kopie van
mijn paspoort. Voornamelijk met dat laatste waren ze bijzonder content.
In de avond Quito weer bereikend verdwaalde ik voor de zoveelste keer.
Pasachoa
Zondag besloten we naar het gebied rond de uitgebluste vulkaan Pasachoa
(4200 m) te gaan. Het is een natuurreservaat 30 km onder Quito metéén
van het laatste onaangetaste woud in de centrale vallei van de Andes.
Omdat er zeer slecht weer was voorspeld waren we ongeveer de enige in
het reservaat. Uiteraard werd het een van de mooiste dagen. Ik hoop dat
de foto´s die ik later probeer op te sturen ook maar een beetje van de
schoonheid van het gebied kunnen weergeven.Om bij het reservaat te komen,
moet over een onbegaanbaar pad gereden worden. In het plaatje Amaguña
betaalden we iemand om ons achterin z´n open terreinwagen omhoog te brengen.
Door het tekort aan zuurstof beklommen we in rustig tempo de beboste noordflank
van de vulkaan. Na vijf uur bereikten we het laatste punt (3500 m) voordat
de echt klim naar de krater begint. Om voor het donker terugte zijn (18.00)werd
besloten af te dalen. Tijdens het uitrusten veranderde het weer in enkele
minuten in onweer en sloegen ijsbolletjes op mijn hoofd in. In hoog tempo
afdalend, veranderde de paden in modderstromen. Met enige ongerustheid
verlangde ik naar een saaie maandag. Die heb ik inmiddels ook achter de
rug!
Un abrazo, Sebastian
terug naar inhoudslijst
|